Geef vrijheid door.

De komende jaren doet het Nationaal Comité 4 en 5 mei een appel op iedereen om zich in te zetten voor de waarde van vrijheid. Dit doet het comité tussen 2016 en 2020 onder de slogan Geef vrijheid door.

Ieder jaar nodigt het comité een auteur uit om vanuit dit meerjarenthema een basistekst te schrijven. Deze tekst wordt geschreven ter inspiratie van allen die een herdenking of viering organiseren op of rondom 4 en 5 mei. Op basis van deze tekst wordt door het Nationaal Comité een inspiratiedossier samengesteld en worden cartoons gemaakt.

Het Nationaal Comité heeft NIOD-directeur Frank van Vree gevraagd om de Jaarthematekst over verzet te schrijven. Lees of download de tekst hieronder. Bij de lezing is ook een video gemaakt, bekijk deze onder aan deze pagina. 

Verzet als voorbeeld

Door Frank van Vree

 “Wat zou jij doen?” – is wellicht de meest gestelde vraag die leerlingen na een les over onderdrukking en verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog gesteld krijgen, soms in een spelvorm. Ook musea proberen hun bezoekers met vergelijkbare vragen tot een stellingname en identificatie te verleiden. En we zullen het onszelf ongetwijfeld ook wel eens afvragen: wat zou ik onder die omstandigheden doen? De vraag is gemakkelijk gesteld – té gemakkelijk. In de eerste plaats zijn er maar weinig mensen die openlijk durven te bekennen dat ze niet zouden helpen wanneer ze gevraagd wordt een Joods kind of een geallieerde piloot een schuilplaats te bieden. En belangrijker is, dat zo’n vraag pas écht betekenis krijgt wanneer je probeert je in te leven in de complexe omstandigheden waarin zulke besluiten genomen werden.  

Verzet is geen simpele keuze

Vanuit het heden bezien, lijkt het allemaal zo logisch, verantwoord en spannend: er is een vijand, je ziet hoe onrechtvaardig de wereld is geworden en je komt in verzet, vol geheime ontmoetingen en dramatische momenten, waarbij aan het eind van het verhaal het recht zegeviert. Dat is het beeld van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals het is overgeleverd in talloze verhalen, romans en films. Maar de werkelijkheid was vaak minder simpel en spectaculair, of het nu ging om Nederland en Nederlands-Indië/Indonesië of andere landen die zuchtten onder oorlog, onderdrukking en geweld.  

Om te beginnen maakten mensen verstrekkende beslissingen zonder de gevolgen te kennen: zeker de eerste jaren was het onduidelijk of de Duitsers en Japanners de oorlog zouden winnen of verliezen. Wie besloot een onderduiker te huisvesten, een illegale krant te beginnen of in het gewapend verzet te gaan, deed dat met het oog op een ongewisse toekomst – en vaak ook nog betrekkelijk impulsief, zo weten we uit getuigenissen. De gevolgen van zo’n besluit konden desastreus uitpakken, zelfs in het geval van weinig spectaculaire of geweldloze acties. Je kon worden opgepakt of je baan verliezen, waardoor je gezin of je familie brodeloos werd, maar er konden ook represailles volgen in de vorm van razzia’s, om maar een paar extremen te noemen. Dat is ook wat er in werkelijkheid gebeurde en de bezetter deed er alles aan om de angst voor die extremen te voeden. Er zijn dan ook heel wat mensen geweest die zich daarom onthielden van daadwerkelijke acties, al hadden ze genoeg redenen om in verzet te komen. Denk daarbij aan Joodse Nederlanders die gehoor gaven aan de oproep van de nazi’s zich te melden voor transport naar Westerbork, uit angst dat hun familie anders gestraft zou worden. Vanuit dat perspectief is het niet zo verwonderlijk dat jongere alleenstaanden en mensen met zeer sterke overtuigingen in het ‘hardere’ gewapende verzet relatief oververtegenwoordigd waren.  

Motieven om in verzet te komen

De motieven die mensen hadden om het risico van bestraffing, soms zelfs met de dood, wel te nemen, liepen sterk uiteen. Voor de een vormde een betrekkelijk klein incident, op straat, op het werk, in de winkel, een directe, sterke impuls; aan de andere kant stonden degenen die zich lieten inspireren door grootse idealen. Daartussen lag een waaier van mogelijke beweegredenen. Soms was een daad van verzet het laatste wat overbleef om familieleden of kameraden te helpen, voor anderen vormde de illegaliteit de enige uitweg om te kunnen overleven, om te ontkomen aan honger en kou, aan razzia’s en deportaties. Die dwangsituatie gold in elk geval voor veel mensen in het laatste oorlogsjaar in Nederland, en nog meer in de kampen elders in Europa en Azië.  

In de naoorlogse herinneringscultuur is die veelheid aan motieven goeddeels verdwenen achter grote en meeslepende woorden, gebeiteld in monumenten die reppen van het vaderland, God, de klassenstrijd, solidariteit, vrijheid en democratie. Dat zijn abstracte begrippen, die soms moeilijk te verbinden zijn met de getuigenissen van de mensen die daadwerkelijk tot verzet – groot en klein – overgingen.  

Neem de schrijver en criminoloog J.B. Charles, pseudoniem van Willem Nagel, tijdens de oorlog een actief verzetsman, die in beweging kwam toen de eerste maatregelen tegen zijn Joodse medeburgers werden genomen. ‘Ik verdom het’ - in die uitroep lag voor Nagel de essentie van de verzetsdaad: het moment waarop het genoeg was geweest en hij het heft in eigen hand nam. Hij deed dit niet uit liefde voor allerlei verheven waarden, maar omdat zijn geweten het hem vroeg – het geweten, ‘die hoogstpersoonlijke intellectuele en ethische bloedvaten en kringspieren’.  

Dit zijn woorden die vandaag nog even helder en relevant zijn als toen en waaruit dan ook inspiratie kan worden geput. Niet abstracte waarden, maar het besef van verantwoordelijkheid voor de mensen om hen heen zette mensen als Charles en zijn geestverwanten aan tot actie. Voor de Joods-Franse filosoof Emmanuel Levinas, die de oorlog overleefde in Duitse krijgsgevangenenschap, ligt in dat natuurlijke gevoel van betrokkenheid bij de medemens zelfs de essentie en het begin van alle moraliteit. Het gaat erom, aldus Levinas, dat we ‘het gelaat van de Ander’ durven zien, als het meest sprekende deel van het weerloze schepsel dat de ander is. Omgekeerd ziet Levinas het ontwijken van de blik van de medemens als het begin van alle geweld. Anders gezegd: in een samenleving waarin men ophoudt verantwoordelijkheid te nemen voor de ander, is de menselijke waardigheid gedoemd verloren te gaan en is ieder mens overgeleverd aan zichzelf, temidden van willekeur en rechteloosheid. Dit geldt zowel voor gebieden waar oorlog is als voor landen waar vreedzaam wordt samengeleefd.  

Verantwoordelijkheid nemen voor de ander

Het besef van verantwoordelijkheid voor de ander – dat is waar een discussie over de actuele betekenis van het verzet mee zou kunnen beginnen. Wat zou ik doen wanneer er een beroep op mij wordt gedaan, wanneer ik zie dat de waardigheid van de ander in het geding is? En hoe ver strekt mijn verantwoordelijkheid, welke middelen zijn gerechtvaardigd, welke gevolgen, voor mijzelf en voor anderen, vind ik aanvaardbaar? En hoe kies ik een kant als mijn eigen toekomst onzeker is?  

Op onze zoektocht naar antwoorden kan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog ons helpen, juist omdat die oorlog, met al zijn verschrikkingen, in zo veel opzichten nog dicht bij ons staat. Een bezoek aan een museum, het bijwonen van een herdenking of het lezen van een boek kan het beginpunt van zo’n zoektocht vormen, maar is niet voldoende. Waar het om draait is na te denken over de wereld van toen én de wereld van nu, en dan over te gaan tot zelfonderzoek, met als belangrijkste vraag: in hoeverre sta ik werkelijk open voor het beroep dat de ander op mij doet? 

Vrijheid spreek je af

 

Vrijheid spreek je af


Op 5 mei 1945 eindigde de oorlog in Nederland. Niet met een allesbeslissende slag, maar met een handtekening aan een tafel. De plaats waar de onderhandelingen plaatsvonden, Hotel De Wereld in Wageningen, is er beroemd om geworden.

 

1Vervolgens werden afspraken gemaakt en overeenkomsten en verdragen gesloten, waarmee het Europa-in-oorlog langzaam veranderde in naoorlogs Europa. Vrijheid begon met afspraken op papier. Pas op 15 augustus 1945 kwam de oorlog in het gehele Koninkrijk der Nederlanden officieel ten einde toen de Japanse bezetter in Nederlands-Indië zich overgaf.


1 De capitulatie van de Duitse bezetter werd op 6 mei ondertekend in Wageningen. Met deze capitulatie kwam de oorlog in het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden ten einde. De oorlog in Nederlands-Indië duurde voort tot de overgave van Japan op 15 augustus 1945. 5 mei is de symbolische datum waarop Nederland de bevrijding van de Duitse en Japanse bezetter viert.

Vrijheid krijgt vorm – praktisch en juridisch – in afspraken, regels en verdragen. ‘Verdragen van vrijheid’ heeft een dubbele betekenis. Ten eerste verwijzen verdragen naar afspraken die op papier met handtekeningen zijn bezegeld. Ten tweede duidt het werkwoord verdragen erop dat vrijheid letterlijk door mensen verdragen of ondergaan moet worden, omdat zij zich aan gemaakte afspraken dienen te houden. Verdragen brengen vrede en vrijheid, maar betekenen ook beteugeling, matiging en onthouding. Vrij zijn doe je nooit alleen, altijd samen. En daar zijn afspraken voor nodig.

 

Vrijheid spreek je af.

5 mei 1945 is de dag van de bevrijding en daarmee ook de dag van nieuwe afspraken en zelfopgelegde beperkingen. Na 5 mei 1945 is verder gebouwd aan een fijnmazig systeem van bevrijdende afspraken. Afspraken die ons beperken, maar ontplooiing mogelijk maken. De welvaart van vandaag is een product van de zelf opgelegde beperkingen van toen.

Bevrijdingsdag is een moment om stil te staan bij afspraken die onze vrijheid borgen. Om deze afspraken niet te vergeten, is het nodig om ze te onderhouden en te actualiseren. Veel afspraken over vrijheid zijn inmiddels niet meer weg te denken uit ons bestaan. Oorlog binnen Europa lijkt velen onvoorstelbaar, zelfs al speelden de oorlogen in Joegoslavië zich nog maar kort geleden af. We zijn vergeten dat oorlog in Europa eeuwenlang de constante was. De afspraken van 1945 zijn in twee generaties uitgegroeid tot gekoesterde waarden over onder andere vrijheid, democratie, burgerschap en rechtsstaat. Voorwaarde voor de ondenkbaarheid van oorlog is dat deze principes levend en actueel blijven. Daarom is vrijheid gebaseerd op afspraken die onderhoud nodig hebben.

Afspraken geven het vermogen om te

 

doen, maar betekenen ook laten. Ze bieden ruimte, maar begrenzen ook. Ze nemen belemmeringen weg, maar werpen ook nieuwe grenzen op. Vrijheid is wederkerig. Het is niet iets wat is, het is iets wat mensen samen maken. Afspraken helpen daarbij. Ook – of juist – als afspraken soms in de weg zitten. Goede afspraken over vrijheid knellen.

De geschiedenis kent vele verdragen, nauw verbonden met oorlog, agressie en gewapend conflict. De Vrede van Utrecht, ondertekend in 1713, wordt gezien als een keerpunt in de Europese geschiedenis. Voor de eerste keer paste men diplomatie toe in plaats van strijd om

een conflict te beëindigen: de methode van onderhandelen zegevierde in plaats van het gevecht.

Verdragen beslechten de strijd en bezegelen de vrede. Maar niet elk vredesverdrag werkt goed. Soms is het (ongewild) een pauze op weg naar de volgende oorlog. In de Spiegelzaal van het Paleis van Versailles werden na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) de vijandigheden tussen Duitsland en de geallieerden beëindigd. Maar vanwege verstikkende afspraken die Duitsland van de geallieerde overwinnaars kreeg opgelegd, werd het een opmaat naar een volgend conflict. Soms brengt het verdrag geen vrede, maar is het de kiem voor een volgende oorlog. Als wraak en genoegdoening de basis van een verdrag zijn, dan is de houdbaarheid ervan beperkt.

Ook de afspraken uit de meidagen van 1945 hadden hun keerzijde. Ze brachten vrede, maar niet overal vrijheid. De geallieerde mogendheden maakten afspraken over hun invloedssfeer binnen Europa. Die vormden de basis voor de deling van Duitsland en Europa tijdens de Koude Oorlog. Nadat in Nederlands-Indië de Tweede Wereldoorlog was beëindigd, brak een nieuwe strijd los. De strijd ging om de soevereiniteit van Indonesië, dat op 17 augustus 1945 zijn onafhankelijkheid had uitgeroepen.

Afspraken over vrijheid zijn niet het exclusieve domein van regeringen en diplomaten. Het gaat om afspraken tussen staten, om afspraken binnen staten van burgers met een overheid en vooral om afspraken tussen mensen. Ons dagelijks leven is vol met afspraken. Afspraken ordenen het sociaal verkeer, stellen ons tot handelen in staat en bieden ruimte om te ontplooien, ondernemen en ontwikkelen. Soms zijn het afspraken die de staat mogelijkheden geven om te sturen, vaak ook zijn het afspraken die de burger bescherming bieden ten opzichte van de staat. Verdragen gaan niet alleen over oorlog en vrede. Verdragen gaan ook over integratie, samenwerking en partnerschap. Europese samenwerking, oorspronkelijk bedoeld om een nieuwe oorlog te voorkomen, heeft geleid tot economische eenheid. Vrije markten, afspraken en regels ordenen het verkeer van werknemers tussen landen. Het Verdrag van Schengen uit 1985 gaat niet over oorlog en vrede, maar over het vergroten van bewegingsvrijheid binnen een aantal Europese landen.

Op 5 mei vieren we de afspraak die de oorlog beëindigde en de vrijheid in deed luiden. Verdragen kunnen groeien, ze zijn niet onveranderlijk. Voorkeuren en omstandigheden kunnen wijzigen. Partijen willen er misschien onderuit, of het verdrag wordt ingehaald door de actualiteit. Nieuwe betrokkenen dienen zich aan. Past het oorspronkelijke verdrag nog bij de nieuwe tijd? Dit is een vraag die tot stevige discussies kan leiden. Verdragen zijn immers niet voor altijd en eeuwig, maar ook niet voor zomaar even nu. Onze bevrijdende afspraken vereisen permanent gesprek. Dat is soms moeilijk, maar wel nodig. Op het debat over afspraken mag nooit een taboe rusten. Uiteindelijk zijn het de afspraken, de woorden, die de wapens en de strijd temmen. Vrijheid spreek je af. Laten we over de afspraken in gesprek blijven.

 


© 2019 Bevrijdingsfestival Flevoland - Vrijheid Wereldwijd! | Powered by Codestream 3.6.0